Wie zijn Simone Schoonbroodt en Wouter Schmeitz?
Maak kennis met Simone Schoonbroodt en Wouter Schmeitz, ‘klepcoördinatoren’ in het Hart- en Vaatcentrum van het Maastricht UMC+. Zij begeleiden patiënten van het eerste gesprek tot de operatie en zorgen dat het traject voor een nieuwe hartklep of reparatie goed verloopt.
1. Wat doet een klepcoördinator eigenlijk?
‘Wij zijn vaak het eerste vaste aanspreekpunt voor patiënten,’ vertelt Simone. ‘Vanaf het moment dat duidelijk wordt dat er iets met de hartklep moet gebeuren, lopen wij met hen mee door het hele traject. Dat traject is zelden simpel: er zijn onderzoeken nodig, overleggen tussen specialisten, keuzes tussen verschillende behandelopties en uiteindelijk een ingreep.’
Wouter: ‘Wij zorgen dat iedereen weet wat er moet gebeuren, wanneer en door wie. Als er iets verandert in de behandeling rondom de hartklep, zijn wij het aanspreekpunt en zorgen we ervoor dat alles weer klopt.’
2. Waarom is die rol zo belangrijk?
‘Als klepcoördinatoren houden we ons voornamelijk bezig met patiënten bij wie de hartklep via de lies vervangen wordt,’ vertelt Simone. ‘Deze operatie is minder invasief dan bijvoorbeeld een open hart operatie. De operatie via de lies wordt al sinds 2007 in het MUMC+ uitgevoerd, maar sindsdien is het aantal ingrepen enorm toegenomen. We groeiden van 25 patiënten in het eerste jaar naar 200 afgelopen jaar en die stijging zet door. Door nieuwe internationale richtlijnen komen meer mensen in aanmerking. Wouter en ik zorgen ervoor dat we de zorg voor deze groeiende patiëntengroep kunnen blijven leveren.’
‘Bij een hartklepvervanging zijn veel disciplines betrokken,’ vult Wouter aan. ‘Tot voor kort functioneerden die teams grotendeels los van elkaar. Dat zorgde voor misverstanden in de planning en langere wachttijden voor patiënten. Simone en ik proberen daar nu structuur in aan te brengen.’
3. Hoe ziet het contact met patiënten eruit?
‘Elke patiënt wordt besproken in een multidisciplinair overleg met hartchirurgen en cardiologen’ legt Simone uit. ‘Als bijna alle onderzoeken binnen zijn, gaat Wouter of ga ik het gesprek aan met de patiënt over de behandeling. Vanaf dat moment zijn wij het vaste aanspreekpunt.’
Wouter: ‘Omdat we precies weten waar iemand zich in het traject bevindt, kunnen we snel schakelen en eerlijk zijn over bijvoorbeeld wachttijden. Dat geeft duidelijkheid en rust, en we kunnen waar nodig patiënten sneller helpen. We proberen medische informatie zo begrijpelijk mogelijk te maken en tegelijkertijd eerlijk te zijn over wat iemand te wachten staat.’
4. Hoe werk je samen met zoveel verschillende teams?
‘In het begin was dat echt een uitdaging,’ zegt Wouter. ‘Het is een nieuwe rol, dus waar begin je? De eerste periode hebben we vooral gebruikt om overzicht te creëren: wie doe wat, wanneer en hoe?’
Simone: ‘Deze functie bestaat in andere ziekenhuizen al, maar je kunt die niet één op één overnemen. Alles is hier anders georganiseerd. Het verbinden van disciplines die gewend zijn los van elkaar te werken, kost tijd, maar lukt steeds beter.’
‘We zijn ook bezig met verandermanagement,’ vult Wouter aan. ‘We doen dingen al jarenlang op een bepaalde manier, en nu moet het opeens anders. Hoe neem je iedereen daarin mee?’
5. Wat maakt dit werk bijzonder?
‘Als verpleegkundige miste ik een stukje autonomie,’ vertelt Wouter. ‘In deze rol krijg ik die volledig. Het is fijn om mijn eigen pad te mogen kiezen, ook al is dat soms zoeken. Daarnaast ben ik tijdens mijn werk bezig met invasieve cardiologische ingrepen, dat vind ik ontzettend interessant.’
Simone: ‘Laatst hoorde ik via een collega dat een patiënt had gezegd: “Simone belt mij nog”. Dat raakt me. Het geeft voldoening om te weten dat je echt iets kunt betekenen en dat patiënten dankzij ons beter weten waar ze aan toe zijn voordat ze zo’n ingrijpende hartoperatie ondergaan.’