Op afstand, toch dichtbij. Zorginnovatie in de 'Integrated Remote AF Clinic'

Toen tijdens de coronacrisis bleek dat hartpatiënten hun hartritme prima thuis kunnen monitoren met behulp van een app, legde dat de basis voor een zorginnovatie. Vorig jaar opende de afdeling Cardiologie van het Maastricht UMC+ de ‘Integrated Remote AF Clinic’; een online centrum waar verpleegkundigen het eerste aanspreekpunt zijn. Cardioloog Theo Lankveld en universitair docent Astrid Hermans hopen met dit initiatief bij te dragen aan een toekomstbestendige poli.

Het monitoren van het hartritme en de hartslag van patiënten, bijvoorbeeld met atriumfibrilleren (AF), is essentieel voor de cardiologische zorg. Voorheen gebeurde dat met een hartfilmpje op de poli, maar het nadeel daarvan is dat het een momentopname is en dat patiënten ervoor naar het ziekenhuis moeten komen. Tijdens corona bleek dat ook de oudere cardiologie-patiënten prima uit de voeten konden met een app, die op meerdere momenten je hartritme en hartslag meet. Je legt je vinger een minuut op de camera van de telefoon, waardoor het hartritme en de hartslag wordt geregistreerd. Met nog wat aanvullende vragen over eventuele klachten en activiteiten, is het ook mogelijk een verband te vinden tussen klachten en hartritme. Het levert bovendien enorm veel onderzoeksdata voor wetenschappelijke onderzoek. “Kortom: iedereen was tevreden en we hebben deze Fibricheck-app samen met het Belgische bedrijf dat de app bouwde in 41 centra geïntroduceerd”, vertelt universitair docent Astrid Hermans.  Met deze data hebben we al veel onderzoek kunnen doen.  
Momenteel wordt Fibricheck door Maastrichtse cardiologen ingezet na een ingreep, om het ritme te monitoren, of voorafgaand aan een poli-afspraak. Theo Lankveld: “Ik ben als cardioloog aanwezig op de poli en ben aanspreekpunt voor de verpleegkundigen die de patiëntencontacten hebben op basis van de app-data. Zo kan ik meer patiënten tegelijk bedienen, terwijl de patiënt meer tijd van een zorgprofessional krijgt dan toen hij voorheen alleen de eigen cardioloog zag.” Naast een kwantitatief verschil is dat ook een kwalitatief voordeel, legt hij uit. “AF vraagt ook aandacht voor risicofactoren als hoge bloeddruk, de thuissituatie, stress en daarvoor hebben verpleegkundigen meer oog dan artsen.”

Platform in ontwikkeling
Daarnaast is deze ontwikkeling natuurlijk ook uit noodzaak geboren, erkent hij. “Het aantal patiëntencontacten groeit nog altijd en deze verschuiving van werkzaamheden is nodig om het behapbaar te houden.” Hermans is onder andere bezig met het aanpassen van de poli-organisatie, waar patiëntencontact op afstand steeds gebruikelijker wordt. “De data uit de Fibricheck-app kwamen oorspronkelijk terecht in een cloud. Nu is er een koppeling met het Elektronisch Patiënten Dossier (EPD), maar er bestaan nu ook andere meetinstrumenten op afstand, waarvan de data ook weer in een eigen cloud landen. Daarom ontwikkelen we momenteel een platform, genaamd MetAFib, waar alle data gebundeld worden en de zorgverlener dus niet meerdere plekken hoeft te raadplegen voor een compleet beeld.”
Voor de patiënten werkt het team (dat naast Hermans en Lankveld bestaat uit twee verpleegkundigen, twee hoogleraren, twee artsen die ook promotie-onderzoek doen en een strategisch manager) ook aan een app, gericht op educatie. Hermans: “Als de patiënt bijvoorbeeld een ablatie moet ondergaan, vindt hij in die app patiëntgerichte informatie; een ‘reis’ met alles wat je voor en na de ingreep moet weten. Daarnaast willen we in die app een soort voordeur maken voor alle hartritme-gerelateerde apps waarmee een patiënt tegenwoordig te maken heeft. Dan hoeven ze nog maar één app te gebruiken, wat vooral voor oudere patiënten een voordeel is, denken we.” Lankveld benadrukt dat het bouwen van zo’n app, net als het MetAFib-platform, organisatorisch nog uitdagend is. “De patiëntgegevens moeten veilig zijn; daar zitten begrijpelijkerwijs tal van regels aan verbonden.” 
Over vijf jaar…
Het tweetal verwacht dan ook dat over vijf jaar het platform in Maastricht goed draait. Lankveld: “Dat het goed werkt op de poli: dat patiënten beter geïnformeerd zijn, hun eigen ritme makkelijk registreren, beter weten waarop te letten. En het zou mooi zijn als het ook kan helpen leefstijl te verbeteren; één van de belangrijkste aandachtspunten bij AF.” Hermans: “Ik verwacht dat er dan ook minder vraag is naar fysieke polibezoeken en dat we onze aanpak en het platform dan aan het uitrollen zijn naar andere Nederlandse AF klinieken, om zo onze zorg ook aantrekkelijker te maken voor mensen van buiten de regio Maastricht.”
 

Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.